Berichten no image

Geplaatst op 18 juli, 2013 | door Ralf Embrechts

0

‘Helpen in de geest van Gerrit Poels’

TILBURG – “Het begint allemaal bij de mens die tegenover je staat.” En: “Werken vanuit je onderbuik, want daar zit het meeste verstand.” Zinnen die woensdagmiddag klinken bij het feest ter ere van de 80-ste verjaardag van ‘pater’ Gerrit Poels. Zaal 16 is afgeladen vol, met zelfs gasten in het theatercafé die het feestje voor een ‘beamer’ moeten meemaken. Familie, maar ook ‘officiëlen’ komen Gerrit feliciteren, met zijn verjaardag, maar ook vanwege het boek over zijn leven: Een dwaas bestaan, het leven van de Tilburgse broodpater opgetekend door Arjan Broers.

Zelf vertelt de jarige in een luie stoel op het podium aan Karin Bruers over zijn leven. Over de zoektocht naar zijn bestemming en de bedoeling van zijn bestaan. Zijn falen als priester, het leraarschap en hoe 40 jaar geleden Huize Poels tot stand kwam.

De gasten die naast hem op de bank komen zitten, hebben allemaal een presentje voor hem meegebracht. De werkers van het eerste uur verrassen hem met een gegraveerd broodmes, de gemeente Tilburg doneert via wethouder Gon Mevis geld voor de stichting Broodnodig. De mooiste geschenken zijn de muziekstukken. Er klink veel klassiek, en dan met name cello. Het instrument dat Gerrit Poels zelf op zijn twaalfde leerde spelen op het seminarie van De Rooi Harten aan de Bredaseweg.

Tot slot betreedt Jos van Balveren, directeur van de Twern, het podium. Van Balveren verplicht zich ten overstaan van de volle zaal om de komende twee jaar ‘in de geest van Poels’ eigentijdse en tegendraadse oplossingen voor kwetsbare groepen in de samenleving te gaan zoeken’.
Oud-medewerker van Poels, Johan Willemse, overhandigt Van Balveren daartoe een oorkonde. “Maar,” zegt Van Balveren, “gegrepen door uw levensverhaal en inzichten wil ik die oplossingen pas gaan uitvoeren, nadat u ze heeft goedgekeurd.”
‘Een Dwaas Bestaan’, uitgever Valkhof Pers Nijmegen, is vanaf te koop in de boekhandel.

Bron: Brabants Dagblad  22 mei 2009 Hans Rube.


Geschreven door:


Back to Top ↑